[ vorig gedicht ]   [ lijst met gedichten ]   [ volgend gedicht ]

GUILT (oktober 2015)

De aarde beeft bars en onbetrouwbaar
Heel ver weg
in de schaduwen van mijn hoofd
raast het leven omhoog en omlaag
Het blijvende en vertrouwde zijn
slechts beloften van onze menselijke geest
Ik volvoer de stap die ik bezig ben te zetten
De grond is er nog

"Die kant op broeder
je huis is op het einde van de straat"
Bij de ingang hangt een folder van een
toneelvoorstelling van 4 jaar geleden,
een lijst met namen van mensen
die ik heb gekend en een bekendmaking
dat er hartswarmte beschikbaar is

Mijn hand schrijft een onzeker en onafgemaakt gebaar
over het donkere oppervlak van de deur
die niet helemaal waterpas is.
Binnen schijnt het felle licht op mijn ernstig
en waakzaam gezicht
Zal ik de spiegel polijsten tot het een juweel wordt?
Tot we zien dat er helemaal geen spiegel is
en de sluiers rond het hart verdwenen zijn?
Angst en schuld weggespoeld door warme regen?