[ vorig gedicht ]   [ lijst met gedichten ]   [ volgend gedicht ]

(oktober 2011)

Als een grote zon, goudglanzend tussen de bladeren
rust iedere bloem van jou
op mijn blauwe water.
Stil en met mijn ogen dicht
geniet ik van je zachte gewichtloosheid
boven op mij.
Je schittert door alles heen in sensuele vonken
die langzaam, plechtig bijna
in een trage lome stroming oplossen
tot we samen doorzichtig verdwijnen
en sierlijk en stil en één opduiken
in de uitbundige ochtendgloed
Verdwijnen en opduiken
Verdwijnen en opduiken
Oh kijk, bloemen drijven met wijdopen kelken
Onafgebroken, verbaasd door ons heen.