[ vorig gedicht ]   [ lijst met gedichten ]   [ volgend gedicht ]

NAAMLOZE REIZIGER (mei/juni 2012)

Ik ben zomaar plompverloren
onder de brede schaduwen
van het levensrad geduwd

Voor zover ik weet
heb ik er niet naar gevraagd
noch naar verlangd

Toch trek ik er - zovele levens alweer -
iedere keer even zelfingenomen naartoe
als een eenvoudige mot naar een flakkerende kaarsvlam

Ik fluister gedichten tegen de voorbijgaande wind
beweeg mijn tong als de staart van een opgewonden hond
luister naar liederen die gaan over gevonden en verloren dingen

Zo lopen we samen achteloos
Een naamloze eenzame man
met zijn naamloze daden

Spion in gods lichtende en donkere tuin
waarvan ik misschien pas dan de werkelijke waarde ken
als hij helemaal verdwenen is