[ vorig gedicht ]   [ lijst met gedichten ]   [ volgend gedicht ]

NAMASTE (februari 2012)

Wie heeft mijn schemerige stormhemel opengescheurd
waar gedachten en beelden langs razen
in veranderende tinten en buigende patronen?

Wie hakt met molenwiekende armen op de sterren in
maakt inktvegen van licht die traag omhoog kruipen?

Ik wervel mee het niets in dat licht achterna
tot ik verankerd in een kalme gedachteloze rust
me realiseer dat ik als een waanzinnige naast een brug roei
over een onmogelijk nergens tussen 2 bestaanswerelden

om jou te zoeken,
jou te groeten,

Waar ben jij nu ik een hoeksteen van de tijd heb gelegd
zeeën voor jou heb bijeengegaard
en orkesten van zingende sterren heb ontstoken?

Mag ik hiernu het goddelijke in jou groeten?

NAMASTE