[ vorig gedicht ]   [ lijst met gedichten ]   [ volgend gedicht ]

TIJDLOZE LENTE (april 2011)

Een witte steen poogt plomp
omlaag te vallen in het duister
blijft hangen op het hoogtepunt
van zijn boog
een geluidloze rimpeling in
niemandsland
Enkel stilte
Een overrompelende volkomen stilte
die vlak bij mijn oren ligt
en muren slecht op weg
naar dit ogenblik zonder tijd
naar deze plek zonder aarde
Dit kwetsbare zielsvertrek
zonder verleden of toekomst
Af en toe knipt de dag even het licht aan
De wijzers van de klok verschuiven
langs ontelbare cijfers
En toch bestaat geen tijd
De tijd en ik zijn één
Mijn hart ontluikt in groen blad en helder water
Een pas geschapen sluier van leven
onder sereen sterrenlicht
Een ragfijn netwerk
Teer en vitaal van kleuren
Als het zenuwstelsel van dit mijn levende
bruisende lichaam